Na een behandeling met BrECADD was 94% van de patiënten met gevorderd-stadium klassiek hodgkinlymfoom na vijf jaar nog in leven en progressievrij. Dit blijkt uit de resultaten van de fase 3-HD21-studie, waarvan dr. Justin Ferdinandus (Keulen, Duitsland) de resultaten tijdens de 67e ASH Annual Meeting presenteerde. Het achterwege laten van middelen met problematische toxiciteit gaf tevens een betere verdraagbaarheid op korte en langere termijn, zo liet hij zien.
“De gerandomiseerde, open-label fase 3-studie HD21 is opgezet om de balans tussen de werkzaamheid en verdraagbaarheid van een eerstelijnsbehandeling bij gevorderd-stadium klassiek hodgkinlymfoom te verbeteren”, begon Justin Ferdinandus. In deze studie is het therapeutisch profiel van BrECADD onderzocht versus eBEACOPP en is gekeken naar prognostische factoren voor progressievrije overleving (PFS) en voorspellers voor het niet behalen van een complete remissie na twee cycli.1 Tevens is de toxiciteit op lange termijn onderzocht. Ferdinandus presenteerde de finale analyse na een follow-up van vijf jaar.
Problematische middelen weggelaten
In de HD21-studie werden 1.500 patiënten met nieuw-gediagnosticeerd klassiek hodgkinlymfoom gerandomiseerd naar een op PET geleide behandeling met BrECADD of eBEACOPP. In het BrECADD-schema blijft de Kairos-backbone met doxorubicine, cyclofosfamide en etoposide behouden, waaraan brentuximab vedotin is toegevoegd, legde Ferdinandus uit. “Maar middelen met problematische toxiciteit, zoals bleomycine, vincristine en procarbazine zijn weggelaten.” De co-primaire uitkomstmaten waren: het aantonen van een betere acute verdraagbaarheid en het aantonen van een niet-inferieure PFS met BrECADD versus eBEACOPP.
Nuttigere prognostische factor
In de intention-to-treatpopulatie gaf BrECADD een vijfjaars-PFS-percentage van 94% en eBEACOPP van 91%, liet Ferdinandus zien (HR 0,64; 0,44-0,93). Na twee cycli was 65% van de patiënten in beide studiegroepen PET-negatief volgens de Deauville-score. De vijfjaars-PFS bij deze PET-negatieve patiënten was 96% met BrECADD en 92% met eBEACOPP. “De vijfjaars-PFS was iets lager bij PET-positieve patiënten, zoals verwacht”, zei Ferdinandus, “maar is evengoed hoog, met 90% voor BrECADD en 88% met eBEACOPP.” Wanneer gekeken werd naar residuaal metabool tumorvolume (MTV) bleek 9% van de patiënten in de BrECADD-groep en 13% van de patiënten in de eBEACOPP-groep nog positief na twee cycli. Dat was minder dan gerapporteerd met de Deauville-score, zei Ferdinandus. “Patiënten die MTV-positief waren, hadden een duidelijk lagere PFS en residuale MTV lijkt dan ook een nuttigere prognostische factor dan de Deauville-score.”
Nieuwe benchmark
Ook is in de HD21-studie gekeken naar prognostische factoren voor vroege respons en PFS op lange termijn met BrECADD. Voorspellers voor PET-positiviteit na twee cycli waren een ECOG-performance score ≥1 en een hoger MTV op baseline. De voorspeller voor residuaal MTV na twee cycli was een hoger MTV op baseline, en voorspellers voor PFS waren leeftijd >45 jaar en mannelijke geslacht. “Belangrijk was dat het MTV op baseline niet significant was als voorspeller voor de PFS, wat suggereert dat een behandeling met BrECADD op geleide van PET de prognostische impact van de initiële tumorlast helpt verhelpen.” De algehele overleving na vijf jaar was 98% in beide studiearmen.
Tot slot liet Ferdinandus zien dat het achterwege laten van middelen met problematische toxiciteit in het BrECADD-regime leidde tot minder orgaandisfunctie, lagere percentages AML/MDS en hogere geboortepercentages na vijf jaar. Bijna alle patiënten herstelden gedurende de follow-up van perifere neuropathie en andere toxiciteit, zei Ferdinandus.
Hij concludeerde: “Een op PET geleide behandeling met BrECADD geeft een goede werkzaamheid en verdraagbaarheid op lange termijn en is een nieuwe benchmark voor de eerstelijnsbehandeling van gevorderd-stadium klassiek hodgkinlymfoom.”
Referentie
1. Ferdinandus J, et al. Blood 2025;145(suppl_1): abstr 152.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist