Uit de resultaten van de fase 3-BRUIN CLL-313-studie blijkt dat eerstelijnsbehandeling met pirtobrutinib vergeleken met bendamustine plus rituximab geassocieerd is met een significant betere progressievrije overleving bij patiënten met chronische lymfatische leukemie of klein lymfatisch lymfoom. Daarnaast werd pirtobrutinib goed verdragen. Deze resultaten werden tijdens de Late-Breaking Abstracts Session van de 67e ASH Annual Meeting gepresenteerd door prof. dr. Wojciech Jurczak (Krakau, Polen). De resultaten werden gelijktijdig gepubliceerd in het Journal of Clinical Oncology.
Pirtobrutinib is een niet-covalent-bindende BTK-remmer die in een fase 1/2-studie goed werd verdragen en geassocieerd was met een objectieve-responspercentage (ORR) van 62% bij patiënten met gerecidiveerde of refractaire chronische lymfatische leukemie (CLL) of klein lymfatisch lymfoom (SLL) die eerder behandeld waren met een covalent-bindende BTK-remmer.1
In de gerandomiseerde, open-label fase 3-BRUIN CLL-313-studie worden de werkzaamheid en veiligheid onderzocht van pirtobrutinib versus bendamustine plus rituximab (BendaR) bij patiënten met nieuw-gediagnosticeerde CLL of SLL. Cross-over van de BendaR-arm naar de pirtobrutinib-arm is toegestaan bij patiënten met progressieve ziekte. De primaire uitkomstmaat is de progressievrije overleving (PFS), beoordeeld door een onafhankelijke beoordelingscommissie (IRC).
Betere PFS
Uit de resultaten van een interimanalyse van de BRUIN CLL-313-studie bleek dat pirtobrutinib vergeleken met BendaR geassocieerd was met een klinisch betekenisvolle en statistisch significant betere IRC-bepaalde PFS (HR 0,20; 95% BI 0,11-0,37;p<0,0001).2,3 “De PFS na 24 maanden was 93,4% in de pirtobrutinib-arm (n=141) versus 70,7% in de BendaR-arm (n=141). Het PFS-voordeel van pirtobrutinib was consequent aanwezig in alle vooraf gedefinieerde subgroepen, waaronder die op basis van leeftijd en IGHV-status”, aldus Wojciech Jurczak.
De IRC-bepaalde ORR was 94,3% met pirtobrutinib vergeleken met 80,9% met BendaR. Jurczak: “De resultaten van de algehele overleving waren nog niet matuur, maar lieten, ondanks 52,9% cross-over van de BendaR-arm naar de pirtobrutinib-arm, een trend zien in de richting van een pirtobrutinib-voordeel.”
Minder bijwerkingen
“De mediane behandeltijd was 32,3 maanden met pirtobrutinib en 5,6 maanden met BendaR. De incidentie van blootstellingsgecorrigeerde bijwerkingen was lager met pirtobrutinib dan met BendaR: 196,7 versus 844,6”, vertelde Jurczak. Na blootstellingecorrectie waren de meest voorkomende bijwerkingen in de pirtobrutinib-arm COVID-19 (9,9%), infectie van de bovenste luchtwegen (7,7%) en neutropenie (5,2%). Atriumfibrilleren of atriumflutter werden gerapporteerd bij 1,4% van de patiënten die behandeld werden met pirtobrutinib en bij 1,5% van de patiënten die BendaR kregen. Bijwerkingen van graad 3 of hoger kwamen voor bij 40,0% van de patiënten in de pirtobrutinib-arm en bij 67,4% van de patiënten in de BendaR-arm. Wegens bijwerkingen werd de behandeling gestopt bij 4,3% van de patiënten in de pirtobrutinib-arm en bij 15,4% van de patiënten in de BendaR-arm.
Referenties
1. Mato AR, et al. Lancet 2021;397:892-901.
2. Jurczak W, et al. Blood 2025;146(Suppl_2): abstr LBA-3.
3. Jrczak W, et al. J Clin Oncol 2025 Dec 9. DOI: 10.1200/JCO-25-02380.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer