Uit geüpdatete resultaten van de fase 2-RedirecTT-1-studie blijkt dat 79% een objectieve respons had op een combinatiebehandeling met teclistamab plus talquetamab en 62,1% na twaalf maanden nog een respons had. Daarnaast verminderde de aanzienlijke toxiciteit door aanpassing van de dosering, zo bleek tijdens de 67e ASH Annual Meeting uit de presentatie van prof. dr. Saad Usmani (New York, Verenigde Staten).
Patiënten met gerecidiveerd of refractair multipel myeloom (RRMM) en extramedullaire ziekte (EMD) reageren slecht op de standaardbehandelingen en hebben een inferieure prognose vergeleken met patiënten met RRMM zonder EMD.1 In het EMD-cohort van de fase 2-RedirecTT-1-studie worden de werkzaamheid en veiligheid onderzocht van teclistamab plus talquetamab bij patiënten met RRMM en EMD. De primaire uitkomstmaat is het objectieve responspercentage (ORR).
Uit eerder gepubliceerde resultaten bleek dat na een mediane follow-up van 12,6 maanden combinatiebehandeling met teclistamab en talquetamab (n=90) geassocieerd was met een ORR van 79%, en een progressievrije overleving (PFS) en algehele overleving (OS) van respectievelijk 61 en 74% na twaalf maanden.2 Bijwerkingen van graad 3 of 4 kwamen voor bij 76% van de patiënten en niet-fatale bijwerkingen leidden tot stopzetting van één of beide middelen bij 6% van de patiënten. Tijdens de follow-up waren vijf sterfgevallen te wijten aan een infectie en werden vijf sterfgevallen gerelateerd aan de behandeling.
Duurzame responsen
Tijdens de recente ASH Annual Meeting presenteerde Saad Usmani geüpdatete resultaten van de RedirecTT-1-studie. “Na een mediane follow-up van 16,8 maanden bleek dat de patiënten (n=90) diepe en duurzame responsen hadden op teclistamab plus talquetamab.3 De ORR was 79%, 53% van de patiënten had een complete respons of beter en na twaalf maanden had 62,1% van de patiënten nog steeds een respons. De mediane tijd tot een eerste respons, vastgesteld met FDG-PET/CT, was 2,6 maanden.” De ORR was vrijwel identiek bij patiënten met EMD in de organen (n=32; 78%) en patiënten met EMD buiten de organen (n=58; 79%). Bij patiënten die bij aanvang van de behandeling een EMD-volume hadden van <25 cm2 (n=43), 25-50 cm2 (n=21) of >50 cm2 (n=26) was de ORR respectievelijk 93, 67 en 65%. “Patiënten met een kleiner EMD-volume hadden dus een grotere kans op een respons”, concludeerde Usmani.
Na twaalf maanden waren de PFS en OS respectievelijk 57,5 en 73,8%. De mediane PFS was 15,0 maanden en de mediane OS werd niet bereikt.
Verminderde toxiciteit
De geconstateerde bijwerkingen van de combinatiebehandeling kwamen overeen met de afzonderlijke veiligheidsprofielen van teclistamab en talquetamab. Daarnaast verminderde de incidentie van de bijwerkingen aanzienlijk door de tweewekelijkse dosering aan te passen naar een vierwekelijkse dosering (n=56). De meest voorkomende hematologische bijwerkingen waren neutropenie (72,2%), anemie (53,3%) en trombocytopenie (37,8%). De niet-hematologische bijwerkingen die het vaakst voorkwamen waren orale toxiciteit (86,7%), infecties (80,0%) en cytokinereleasesyndroom (77,8%). Usmani: “De meest voorkomende infecties waren infecties van de bovenste luchtwegen (30,0%), COVID-19 (22,2%) en pneumonie (21,1%). Infecties van graad 3 of 4 werden gezien bij 33,3% van de patiënten, wat past bij de incidentie bij patiënten die in de MajesTEC-1-studie behandeld werden met teclistamab-monotherapie.4 Wegens bijwerkingen werd de behandeling met teclistamab of talquetamab gestopt bij acht (8,9%) patiënten en elf (12,2%) patiënten hadden fatale bijwerkingen.”
Referenties
1. Voorhees PM, et al. Ann Hematol 2025;104:6263-74.
2. Kumar S, et al. N Engl J Med 2026;394:51-61.
3. Usmani S, et al. Blood 2025;146(Suppl 1): abstr 698.
4. Moreau P, et al. N Engl J Med 2022;387:495-505.
Dr. Robbert van der Voort, medical writer
Congres Up-to-date 2026 vol 11 nummer 1
Commentaar dr. Inger Nijhof, internist-hematoloog, St Antonius Ziekenhuis, Nieuwegein
Tijdens de recente ASH Annual Meeting was er bijzonder veel aandacht voor klinische studies naar de uitkomst van bispecifieke antilichamen en chimere antigeenreceptor (CAR)-T-cellen bij patiënten met multipel myeloom. Zo onderzocht men in de fase 3-studie MajesTEC-3 (late breaking abstract) de uitkomst van teclistamab plus daratumumab (tec-dara) versus daratumumab, dexamethason en óf pomalidomide (DPd) óf bortezomib (DVd) bij patiënten met gerecidiveerd of refractair multipel myeloom (RRMM). Na drie jaar bleek dat tec-dara geassocieerd was met een progressievrije overleving (PFS) van 83,4% versus 29,7% met DPd/DVd (HR 0,17; 95% BI 0,12-0,23; p<0,0001), een zeer goed resultaat.1,2 Wat bovendien opviel was dat de PFS-curve van tec-dara al vanaf ongeveer anderhalf jaar vrij horizontaal liep en er dus bijna geen patiënten nog ziekteprogressie hadden of overleden. Daarnaast had 81,8% van de patiënten in de tec-daragroep een complete respons vergeleken met 32,1% van de patiënten in de DPd/DVd-groep. Zoals verwacht was tec-dara – net als DPd/DVd, maar meer – geassocieerd met een hoge incidentie van infecties, met name in de eerste zes maanden. Infecties van graad 3 of 4 kwamen voor bij 54,1% van de patiënten in de tec-daragroep en bij 43,4% van de patiënten in de DPd/DVd-groep. Uit ervaring weten we ondertussen dat we de incidentie van (ernstige) infecties kunnen verlagen met infectieprofylaxe, bijvoorbeeld met cotrimoxazol en valaciclovir, voorafgaand aan de therapie streven naar volledige vaccinatie en tijdens de behandeling ondersteuning bieden met immunoglobulinesuppletie.
In het EMD-cohort van de fase 2-RedirecTT-1-studie werden de werkzaamheid en veiligheid bepaald van de combinatie van teclistamab met talquetamab bij patiënten met RRMM en extramedullaire ziekte (n=90).3,4 Na twaalf maanden was de PFS 57,5%, een indrukwekkend resultaat bij deze hoog-risicopatiënten met RRMM en extramedullaire ziekte, die mediaan vier eerdere behandelingen hadden gehad. Het objectieve responspercentage was 79% en de algehele overleving na twaalf maanden 73,8%. De toxiciteit was beter hanteerbaar als het schema werd aangepast van een tweewekelijkse naar een vierwekelijkse toediening. Door deze aanpassing nam bijvoorbeeld de incidentie van infecties van graad 3 of hoger af van 32,2% naar 25,0%.
De EMN26 is een fase 2-studie naar onderhoudstherapie met 1,3 mg, 1,0 mg of 0,75 mg iberdomide bij patiënten met nieuw-gediagnosticeerd multipel myeloom die ten minste een partiële respons hadden na autologe stamceltransplantatie. Uit de resultaten bleek dat een verbetering van de respons in de eerste zes maanden, de primaire uitkomstmaat, optrad bij 36% van de patiënten die werden behandeld met 1,3 mg iberdomide, bij 37% behandeld met 1,0 mg en bij 59% behandeld met 0,75 mg.5 Bij patiënten die bij aanvang van de behandeling nog meetbare restziekte (MRD) hadden, werd respectievelijk 53%, 42% en 60% MRD-negatief tijdens de onderhoudsbehandeling. De tweejaars-PFS was respectievelijk 85%, 82% en 92%. In de lopende fase 3-EXCALIBER-Maintenance-studie wordt onderhoudstherapie met iberdomide vergeleken met lenalidomide.
Een tweede presentatie uit de late breaking abstracts betrof een fase 1-studie naar de in-vivogeneratie van CAR-T-cellen met een op CD3 gerichte gentherapie bij uitgebreid behandelde patiënten met RRMM. Hoewel er ten tijde van de presentatie nog maar vier patiënten met deze off-the-shelf gentherapie waren behandeld en er nog veel parameters moeten worden onderzocht, zijn de procedure en resultaten zeer veelbelovend.6 Ten eerste is er voor deze behandeling geen lymfodepleterende chemotherapie nodig en bleek de in-vivo transductie-effectiviteit hoog: tot 83%. Bovendien hadden alle vier de patiënten na één maand een partiële respons op basis van het M-proteïneniveau, verder verdiepend over de tijd, en was hun beenmerg MRD-negatief een maand na behandeling.
Referenties
1. Mateos MV, et al. Blood 2025;146(Suppl 2): abstr LBA-6.
2. Costa LJ, et al. N Engl J Med 2025; DOI: 10.1056/NEJMoa2514663.
3. Usmani S, et al. Blood 2025:146(Suppl 1): abstr 698.
4. Kumar S, et al. N Engl J Med 2026;394:51-61.
5. Van de Donk NW, et al. Blood 2025;146(Suppl 1): abstr 101.
6. Ho PJ, et al. Blood 2025;146(Suppl 2): abstr LBA-1.
In een podcast met dr. Jurjen Versluis bespreekt dr. Inger Nijhof naast bovenstaande studies onder andere ook de IFM2021-01-studie, waarin de uitkomst wordt onderzocht van teclistamab plus daratumumab bij oudere patiënten met NDMM. Daarnaast deelt Nijhof haar toekomstverwachtingen met betrekking tot de behandeling van multipel myeloom in Nederland. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu/podcasts