Een behandeling met epcoritamab kan tot diepe en aanhoudende responsen leiden bij patiënten met Richters transformatie. Dit blijkt uit de resultaten van de EPCORE CLL-1-studie met nu twee jaar follow-up. “Onze data laten tevens zien dat we epcoritamab bij Richters transformatie beter als eerstelijnsbehandeling kunnen inzetten en niet pas bij een recidief na chemo-immunotherapie”, zei prof. dr. Arnon Kater (Amsterdam UMC) tijdens de 67e ASH Annual Meeting.
“Vier tot 16% van de patiënten met chronische lymfatische leukemie (CLL) of kleincellig lymfocytair lymfoom (SLL) ontwikkelt op enig moment in het ziektebeloop Richters transformatie”, begon Arnon Kater. “Het meest voorkomende type is het CD20-positief grootcellig B-cellymfoom (DLBCL).” Voor patiënten met Richters transformatie vormt chemo-immunotherapie de hoeksteen van de behandeling, met een algehele overleving (OS) van minder dan twaalf maanden.
Eerstelijnsbehandeling
In de lopende, open-label fase 1/2-EPCORE CLL-1-studie is epcoritamab, een bispecifiek antilichaam dat zowel aan CD3 als aan CD20 bindt, onderzocht bij patiënten met een klinische geschiedenis van CLL/SLL en bevestigde transformatie naar CD20-positief DLBCL. De primaire uitkomstmaat was het objectieve responspercentage (ORR). Kater presenteerde de resultaten na twee jaar follow-up van deze studie.1 “In totaal zijn 42 patiënten met Richters transformatie geïncludeerd”, zei hij. Voor transformatie waren de meeste patiënten in het kader van CLL/SLL behandeld met chemo-immunotherapie, een BTK-remmer of BCL2-remmer. Eénentwintig patiënten kregen epcoritamab als eerstelijnsbehandeling voor Richters transformatie en de rest als tweede- of laterelijnsbehandeling.
Complete remissie bij 40%
“Bijna de helft van de patiënten in de intention-to-treatpopulatie, 48%, had een respons op epcoritamab, met een complete remissie bij 40%”, zei Kater. “In het eerstelijnscohort behaalde 52% van de patiënten een complete remissie versus 29% van de patiënten in het tweedelijnscohort. Bij patiënten met een respons zagen we in de verschillende cohorten een flinke tumorreductie.”
In het totale cohort van 42 patiënten was de mediane progressievrije overleving 3,0 maanden en de mediane OS 13,0 maanden. Dit was respectievelijk 8,5 maanden en 27,5 maanden bij de patiënten die epcoritamab in eerste behandellijn kregen en 2,9 en 9,8 maanden bij de patiënten die epcoritamab in tweede lijn kregen. De mediane duur van de respons was 9,8 maanden in het totale cohort, nog niet behaald in het eerstelijnscohort en 6,6 maanden in het tweedelijnscohort. De mediane duur van de complete respons was respectievelijk 10,0 maanden, nog niet behaald en 8,5 maanden. “De mediane tijd tot een respons was 1,4 maanden en we zagen dat bij responderende patiënten die respons aanhield. Het was ook goed om te zien dat het mogelijk bleek de behandeling met epcoritamab te gebruiken als overbruggingstherapie naar een allogene stamceltransplantatie”, aldus Kater.
CRS en ICANS
Het veiligheidsprofiel van epcoritamab kwam overeen met wat bekend is van dit middel bij andere B-celmaligniteiten, zei Kater verder. Het cytokinereleasesyndroom (CRS) was het meest voorkomende treatment-emergent adverse event (bij 86%), voornamelijk graad 1 en 2. ICANS trad op bij 12% van de patiënten (graad 1 of 2). Analyses naar farmacodynamische biomarkers lieten zien dat er een relatie bestond tussen het aantal B-cellen op baseline en het optreden van ernstigere CRS. Veranderingen in interleukine-6-waarden tijdens de behandeling met epcoritamab leken ook gecorreleerd met de ernst van CRS.
Kater concludeerde: “Monotherapie met epcoritamab geeft diepe en aanhoudende responsen bij patiënten met Richters transformatie, vooral als dit in de eerste lijn ingezet wordt.” Deze resultaten van de EPCORE CLL-1-studie zijn gelijktijdig met de presentatie tijdens het congres van de ASH gepubliceerd in The Lancet Haematology.2
Referenties
1. Kater A, et al. Blood 2025;146(Suppl 1): abstr 1017.
2. Kater A, et al. Lancet Haematol 2026;13:e8-e21.
Drs. Bianca Hagenaars, wetenschapsjournalist
Klik hier voor de video waarin prof. dr. Arnon Kater de resultaten van de EPCORE CLL-1-studie verder toelicht.
Congres Up-to-date 2026 vol 11 nummer 1