CD19-CAR-T-cellen kunnen veilig worden gegeven als consolidatietherapie aan oudere patiënten met B-cel acute lymfatische leukemie die in eerste complete remissie zijn. Daarbij was er geen cytokinereleasesyndroom van graad 2 of hoger en geen ICANS, en bleef de kwaliteit van leven gehandhaafd, liet dr. Ibrahim Aldoss (Duarte, Verenigde Staten) zien tijdens de 67e ASH Annual Meeting.
Bij oudere patiënten met B-cel acute lymfatische leukemie (B-ALL) is chemotherapie vaak ineffectief en toxisch, en resulteert in een vijfjaarsoverleving van slechts ongeveer 20%. Consolidatietherapie met blinatumomab heeft bij patiënten van 55 jaar of ouder geen significant voordeel. CAR-T-celtherapie is zeer effectief bij patiënten met gerecidiveerde of refractaire (R/R) B-ALL, en een lage ziektelast voorafgaand aan lymfodepletie is gerelateerd aan lagere toxiciteit en duurzamere remissies. Daarom zou consolidatie met CAR-T-celtherapie mogelijk een goede optie kunnen zijn voor ouderen met B-ALL die in eerste complete remissie (CR1) zijn.
Pilotstudie
In een single-center pilotstudie werden patiënten geïncludeerd van 55 jaar of ouder met CD19-positieve B-ALL in CR1, zonder directe plannen voor stamceltransplantatie.1 De patiënten kregen een eenmalige infusie met CD19-CAR-T-cellen, 21-30 dagen na aferese. De primaire uitkomstmaten waren de veiligheid en verdraagbaarheid. In het lead-in-cohort werd bij geen van de zes patiënten dosisbeperkende toxiciteit gezien, waarop het cohort werd uitgebreid tot in totaal achttien patiënten. De mediane leeftijd was 64 jaar. De patiënten waren voorafgaand behandeld met mediaan zeven kuren chemotherapie en 83% was behandeld met blinatumomab.
Gunstig veiligheidsprofiel
Cytokinereleasesyndroom (CRS) kwam voor bij 72% van de patiënten, maar alleen van graad 1. Geen enkele patiënt kreeg te maken met ICANS. Behandelingsgerelateerde bijwerkingen van graad 3 of hoger waren allemaal hematologisch van aard. “Dit veiligheidsprofiel is gunstig in vergelijking met onze studie in de R/R-setting met hetzelfde CAR-T-product en dezelfde dosis, waarbij we CRS van graad 2 of hoger zagen bij 70% van de patiënten en neurotoxiciteit (elke graad) bij 78% van de patiënten. Waarschijnlijk ligt het dus niet aan het product, maar aan de setting waarin we CAR-T-celtherapie gebruiken”, zei Ibrahim Aldoss.
Aanhoudende remissie
De eerste resultaten wijzen op een aanhoudende remissie post-infusie bij de meerderheid van de patiënten, al is de follow-up nog kort (mediaan 18 maanden). Na een jaar was 100% van de patiënten nog in leven en 94% eventvrij. “De eerste patiënt is tweeënhalf jaar na CAR-T-celtherapie nog steeds in remissie zonder interventies”, zei Aldoss. De expansie van CAR-T-cellen was voldoende en vergelijkbaar met wat werd gezien in de R/R-setting. Bij alle evalueerbare patiënten waren CAR-T-cellen aanwezig in liquor. Bij de meeste patiënten trad binnen zes maanden herstel van B-cellen op.
De kwaliteit van leven, gemeten aan de hand van loopsnelheid, cognitieve prestatie en frailty-score, bleef ongeveer gelijk tot aan dag 100. “Er is zelfs een trend tot lichte verbetering te zien”, zei Aldoss. “Vanwege deze veelbelovende resultaten plannen we nu een multicenterstudie met commercieel verkrijgbaar obecabtagene autoleucel bij patiënten van 40 jaar en ouder, of jonger met comorbiditeit.”
Referentie
1. Aldoss I, et al. Blood 2025;146(suppl 1): abstr 443.
Dr. Astrid Danen, wetenschapsjournalist
Congres Up-to-date 2026 vol 11 nummer 1
Commentaar dr. Anita Rijneveld, internist-hematoloog, Erasmus MC, Rotterdam
De GIMEMA ALL2820-studie is een belangrijke studie voor de registratie van een chemotherapievrije behandeling met ponatinib plus blinatumomab in de eerste lijn bij Philadelphia-chromosoom-positieve acute lymfatische leukemie (Ph+ ALL).1 Deze combinatie werd vergeleken met imatinib plus chemotherapie, wat ook in Nederland de standaard is in de eerste lijn. Na de inductietherapie werden in de blinatumomab-arm meer diepere responsen gezien, resulterend in een significant betere eventvrije en algehele overleving versus de chemotherapiearm. Het verschil was indrukwekkend, ondanks dat er cross-over mogelijk was vanuit de standaardarm. Ongeveer 30% van de patiënten in de chemotherapiearm kreeg uiteindelijk toch blinatumomab en 62% van hen bereikte daarop meetbare-restziekte (MRD)-negativiteit. In deze studie was 30% van de patiënten ouder dan 65 jaar, en juist bij ouderen zie je veel toxiciteit en overlijdens ten gevolge van chemotherapie. Dat was in deze studie ook duidelijk verminderd. Als langere follow-up van deze studie deze resultaten bevestigt hopen we ook in Nederland een chemotherapievrije behandeling in de eerste lijn te kunnen geven aan patiënten met Ph+ ALL.
In een andere studie werd inotuzumab ozogamicine gevolgd door blinatumomab onderzocht in de eerste lijn bij oudere, Ph-negatieve patiënten met ALL.2 De dosis inotuzumab ozogamicine was cumulatief lager dan in andere studies, waardoor de toxiciteit heel erg meeviel. Bij de op de ASH Annual Meeting getoonde langere follow-up van 45 maanden was de driejaarsoverleving 60% en ontstaat er een plateau. Daarmee zijn we op de goede weg, maar het is nog niet voldoende om de klassieke chemotherapie volledig te vervangen.
CAR-T-celtherapie als consolidatiebehandeling in de eerste lijn heeft als voordelen een veel kortere totale behandelduur, het bereiken van een diepere remissie en wellicht het voorkomen van zowel een allogene stamceltransplantatie als van extramedullaire recidieven. Meerdere studies presenteerden resultaten met CAR-T-celtherapie als consolidatie in de eerste lijn na het bereiken van complete remissie.3,4 Dat blijkt zeer effectief te zijn: bijna 100% van de patiënten werd MRD-negatief. Bovendien is de toxiciteit (CRS en ICANS) minimaal. Deze studies laten zien dat CAR-T-celtherapie veilig gegeven kan worden en een diepe respons geeft. Maar de follow-up is in al deze studies nog niet langer dan een jaar, dus er kan nog niets gezegd worden over de responsduur. De volgende stap zal zijn om deze behandeling te vergelijken met allogene stamceltransplantatie. Al met al veel nieuws op het ASH-congres met nieuwe aanpakken die veelbelovend zijn.
Referenties
1. Chiaretti S, et al. Blood 2025;146(suppl 1): abstr 439.
2. Wieduwilt M, et al. Blood 2025;146(suppl 1): abstr 444.
3. Aldoss I, et al. Blood 2025;146(suppl 1): abstr 443.
4. Gu R, et al. Blood 2025;146(suppl 1): abstr 442.
In een podcast met dr. Jurjen Versluis bespreekt dr. Anita Rijneveld naast bovenstaande studies ook de effecten van uitgestelde behandeling in de E1910-studie, de ontwikkeling van subcutaan blinatumomab en een nieuwe studie bij T-ALL. Deze podcast is te beluisteren op oncologie.nu