Verkorte samenvatting van de productkenmerken CYRAMZA

Naam en farmaceutische vorm: Cyramza 10 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie. Samenstelling: Eén ml concentraat voor oplossing voor infusie bevat 10 mg ramucirumab. Elke flacon van 10 ml bevat 100 mg ramucirumab. Elke flacon van 50 ml bevat 500 mg ramucirumab. Farmacotherapeutische groep: Oncolytica, monoklonale antilichamen, ATC-code: L01XC21. Indicaties: Maagkanker: Cyramza in combinatie met paclitaxel is geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten met gevorderde maagkanker of adenocarcinoom van de gastro-oesofageale overgang met progressie van de ziekte na eerdere chemotherapie met platina en een fluoropyrimidine. Cyramza als monotherapie is geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten met gevorderde maagkanker of adenocarcinoom van de gastro-oesofageale overgang, met progressie van de ziekte na eerdere chemotherapie met platina of een fluoropyrimidine, voor wie een combinatiebehandeling met paclitaxel niet geschikt is. Colorectaal kanker: Cyramza is in combinatie met FOLFIRI (irinotecan, folinezuur en 5-fluoro-uracil) geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten met gemetastaseerd colorectaal carcinoom (mCRC), die progressie van de ziekte hebben bij of na behandeling met bevacizumab, oxaliplatine en een fluoropyrimidine. Niet-kleincellige lonkanker: Cyramza in combinatie met docetaxel is geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten met lokaal gevorderde of gemetastaseerde niet-kleincellige longkanker met progressie van de ziekte na chemotherapie gebaseerd op platina. Cyramza in combinatie met erlotinib is geïndiceerd voor de eerstelijnsbehandeling van volwassen patiënten met gemetastaseerde niet-kleincellige longkanker met epidermale groeifactor receptor (EGFR)-activerende mutaties. Hepatocellulair carcinoom: Cyramza als monotherapie is geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten met een gevorderd of inoperabel hepatocellulair carcinoom, die een serum alfa fetoproteïne (AFP) hebben van ≥ 400 ng/ml en die eerder zijn behandeld met sorafenib. Dosering: Behandeling met ramucirumab moet worden gestart door en onder toezicht staan van een arts met ervaring in de oncologie. Raadpleeg de samenvatting van de productkenmerken voor de doserings- en toedieningsvoorschriften. Wijze van toediening: voor intraveneus gebruik. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor één van de hulpstoffen. Voor patiënten met NSCLC is ramucirumab gecontra-indiceerd bij holtevorming in de tumor of als er grote vaten betrokken zijn bij de tumor. Waarschuwingen: Ernstige, soms fatale arteriële trombo-embolische voorvallen (ATE’s) waaronder myocardinfarct, hartstilstand, cerebrovasculair accident en cerebrale ischemie zijn in klinische studies gerapporteerd. Er dient definitief met de behandeling van ramucirumab gestopt te worden bij patiënten die een ernstige ATE ervaren. Ramucirumab is een anti-angiogene behandeling en kan de kans op gastro-intestinale perforaties verhogen. Gevallen van gastro-intestinale perforaties zijn gerapporteerd bij patiënten die met ramucirumab zijn behandeld. Er dient definitief gestopt te worden met de ramucirumab behandeling bij patiënten die gastro-intestinale perforaties ervaren. Ramucirumab is een anti-angiogene behandeling en kan de kans op een ernstige bloeding verhogen. Er dient definitief gestopt te worden met de ramucirumab behandeling bij patiënten die een bloeding van graad 3 of 4 ervaren. Bloedtellingen en coagulatieparameters dienen gecontroleerd te worden bij patiënten met aandoeningen die bloedingen bevorderen en bij hen die worden behandeld met anticoagulantia of andere geneesmiddelen die de kans op bloedingen verhogen. Bij patiënten met HCC met bewezen portale hypertensie of een voorgeschiedenis van oesophageale variceale bloedingen, moet vóór het starten van de behandeling met ramuciruab een screening naar en behandeling van oesophageale varices volgens de standaardbehandeling uitgevoerd worden. Ernstige maag-darmbloedingen, waaronder fatale voorvallen, zijn gerapporteerd bij patiënten met maagkanker die met ramucirumab in combinatie met paclitaxel zijn behandeld, en bij patiënten met mCRC die zijn behandeld met ramucirumab in combinatie met FOLFIRI. Patiënten met de histologische categorie plaveiselcelcarcinoom hebben een hoger risico om een ernstige pulmonale bloeding te ontwikkelen, hoewel er geen buitensporig aantal pulmonale hemorragieën graad 5 werd waargenomen bij met ramucirumab behandelde patiënten met plaveiselcelcarcinoom in REVEL. Zowel NSCLC-patiënten met een recente pulmonale bloeding (> 2,5 ml of helderrood bloed) als patiënten met bewijs van holtevorming in de tumor in de uitgangssituatie, onafhankelijk van de histologische categorie, of diegenen met een bewijs van invasie van de tumor in of groei om de grote bloedvaten, werden uitgesloten van klinische studies. Patiënten die enige vorm van behandeling met anticoagulantia waren uitgesloten van de klinische studie REVEL NSCLC en patiënten kregen of die een chronische behandeling met NSAID’s of plaatjesaggregatieremmers kregen, werden uitgesloten van de klinische studies REVEL en RELAY. Aspirinegebruik tot doseringen van 325 mg/dag werd toegestaan. Patiënten dienen tijdens de infusie op verschijnselen van overgevoeligheid gecontroleerd te worden. Er dient direct en definitief gestopt te worden met de ramucirumab behandeling bij patiënten met een IGR graad 3 of 4. Behandeling met ramucirumab dient bij patiënten met hypertensie die niet onder controle is, niet gestart te worden totdat hun reeds bestaande hypertensie onder controle is. Bij patiënten die met ramucirumab behandeld worden dient de bloeddruk gecontroleerd te worden. Er dient bij ernstige hypertensie tijdelijk gestopt te worden met ramucirumab totdat de hypertensie met medische behandeling onder controle is. Er dient definitief gestopt te worden met ramucirumab als medisch significante hypertensie niet met een antihypertensieve therapie onder controle gebracht kan worden. Gevallen van het posterieur reversibel encefalopathiesyndroom (PRES) waaronder fatale gevallen zijn zelden gemeld bij patiënten die ramucirumab kregen. Symptomen van PRES kunnen zijn: toevallen, hoofdpijn, misselijkheid/braken, blindheid of veranderd bewustzijn, met of zonder bijbehorende hypertensie. Bij patiënten met PRES dient ramucirumab te worden stopgezet. De veiligheid van het opnieuw starten met ramucirumab bij patiënten die PRES ontwikkelen en hiervan herstellen is onbekend. Het gebruik van remmers van de VEGF-route bij patiënten met of zonder hypertensie kan de vorming van aneurysma’s en/of arteriële dissecties bevorderen. Voordat een behandeling met Cyramza wordt gestart, moet dit risico zorgvuldig worden afgewogen bij patiënten met risicofactoren zoals hypertensie of een voorgeschiedenis van aneurysma. Omdat ramucirumab een anti-angiogene behandeling is en de wondgenezing mogelijk negatief kan beïnvloeden, dient de ramucirumab behandeling gedurende tenminste 4 weken vóór een geplande operatie onderbroken te worden. De beslissing om opnieuw te beginnen met ramucirumab na de ingreep dient gebaseerd te worden op klinische beoordeling van adequate wondgenezing. Als een patiënt tijdens de behandeling complicaties bij de wondgenezing krijgt, dient met ramucirumab gestopt te worden totdat de wond volledig genezen is. Ramucirumab dient voorzichtig gebruikt te worden bij patiënten met ernstige levercirrose (Child-Pugh B of C), cirrose met hepatische encefalopathie, klinisch significante ascites ten gevolge van cirrose of hepatorenaal syndroom. Er zijn zeer beperkte werkzaamheids- en veiligheidsgegevens bij deze patiënten beschikbaar. Ramucirumab dient bij deze patiënten alleen gebruikt te worden als de mogelijke voordelen van de behandeling het potentiele risico van progressief leverfalen overtreffen. Bij HCC patiënten werden meer gevallen van hepatische encephalopathie gerapporteerd bij patiënten die met ramucirumab werden behandeld vergeleken met patiënten die met placebo werden behandeld (zie rubriek 4.8). Patiënten moeten worden gemonitoord op klinische verschijnselen en symptomen van hepatische encephalopathie. Ramucirumab dient permanent gestaakt te worden in geval van hepatische encephalopathie of hepatorenaal syndroom (zie rubriek 4.2). De behandeling met ramucirumab dient gestopt te worden bij patiënten die fistels ontwikkelen. Patiënten dienen tijdens de behandeling met ramucirumab gecontroleerd te worden op de ontwikkeling of het erger worden van proteïnurie. Zie de SPC voor nadere handelingsrichtlijnen bij proteïnurie. Er is een verhoogde incidentie van stomatitis gerapporteerd bij patiënten die ramucirumab in combinatie met chemotherapie kregen vergeleken met patiënten die werden behandeld met placebo plus chemotherapie. Symptomatische behandeling dient onmiddellijk te worden ingesteld als stomatitis voorkomt. Elke flacon van 10 ml bevat ongeveer 17 mg natrium en elke flacon van 50 ml bevat ongeveer 85 mg natrium. Hiermee dient rekening gehouden te worden bij patiënten met een natriumbeperkt dieet. Er is een trend in de richting van minder werkzaamheid met toenemende leeftijd waargenomen bij patiënten die ramucirumab plus docetaxel kregen voor de behandeling van gevorderd NSCLC met progressie van de ziekte na chemotherapie gebaseerd op platina. Comorbiditeit, geassocieerd met gevorderde leeftijd, performance status en de waarschijnlijke tolerantie voor chemotherapie dient daarom grondig geëvalueerd te worden voor het begin van de behandeling bij ouderen. Patiënten in de leeftijd van 70 jaar en ouder die ramucirumab kregen in combinatie met erlotinib voor de eerstelijnsbehandeling van NSCLC met EGFR-activerende mutaties, hadden een hogere incidentie bijwerkingen graad ≥ 3 en alle graden ernstige bijwerkingen vergeleken met patiënten jonger dan 70 jaar. Bijwerkingen: Ramucirumab als monotherapie in fase 3 klinische onderzoeken: zeer vaak (≥1/10): trombocytopenie, hoofdpijn, hypertensie, buikpijn, diarree, proteïnurie, perifeer oedeem; vaak (≥1/100, <1/10): neutropenie, hypokaliëmie, hyponatriëmie, hypoalbuminemie, hepatische encephalopathie, arteriële tromboembolische voorvallen, bloedneus, intestinale obstructie, rash, infusie-gerelateerde reacties; soms (≥1/1.000, <1/100): gastro-intestinale perforatie. Ramucirumab in combinatie met chemotherapie of erlotinib in fase 3 klinische onderzoeken: zeer vaak (≥1/10): infecties, neutropenie, leukopenie, trombocytopenie, anemie, hoofdpijn, hypertensie, bloedneus, stomatitis, diarree, haaruitval, proteïnurie, vermoeidheid, slijmvliesontsteking, perifeer oedeem; vaak (≥1/100, <1/10): sepsis, febriele neutropenie, hypoalbuminemie, hyponatriëmie, pulmonaire hemorragie, voorvallen van gastro-intestinale bloeding, gastro-intestinale perforatie, bloedingen van de gingiva, Palmoplantair erthyrodysesthesie syndroom. Bijwerkingen uit andere bronnen (klinische onderzoeken en postmarketingrapportages): vaak (≥1/100, <1/10): hemangioom, dysfonie; zelden (≥1/10.000, <1/1.000): trombotische microangiopathie, posterieur reversibel encefalopathiesyndroom; De bijwerkingen aneurysma’s en arteriële dissecties hebben een frequentie niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Bewaren: Bewaren in de koelkast (2°C - 8°C). Niet in de vriezer bewaren. De flacon in de oorspronkelijke verpakking bewaren ter bescherming tegen licht. Aflevering: U.R. Prijzen en vergoeding: zie Z-index (taxe). Meer informatie: zie de geregistreerde SPC-tekst. Raadpleeg vóór gebruik de bijsluitertekst. Informatie is op aanvraag verkrijgbaar bij Eli Lilly Nederland, Papendorpseweg 83, 3528 BJ Utrecht, telefoon 030-6025800. Datum: juli 2020.

Meest voorkomende bijwerkingen: zeer vaak (≥1/10)

Longkanker:  • in combinatie met erlotinib: infecties, neutropenie, trombocytopenie, anemie, hoofdpijn, hypertensie, bloedneus, stomatitis, diarree, haaruitval, proteïnurie, perifeer oedeem
Maagkanker:  • in combinatie met paclitaxel: infecties, neutropenie, leukopenie, trombocytopenie, hypertensie, bloedneus, stomatitis, diarree, proteïnurie, vermoeidheid/asthenie, perifeer oedeem
 • als enkelvoudig middel: trombocytopenie, hoofdpijn hypertensie, buikpijn, diarree, proteïnurie, perifeer oedeem
PP-RB-NL-0272